Als , de standaardafwijking in de populaties, niet bekend is moeten we in plaats van een -, een -waarde berekenen, omdat we een schatting voor die standaardafwijking moeten maken.
Bij één steekproefgemiddelde was de transformatie naar een -score: We gaan nu weer overal waar staat invullen: We kunnen de onbekenden in de formule weer gaan invullen. Boven de deelstreep gaat dat precies zoals bij de berekening van Z: We moeten nu de schatter van de standaarddeviatie van de verschilscores, , weten. We kunnen deze standaardafwijking schatten uit de standaardafwijking van zowel de - als de -steekproef. Maar het beste is natuurlijk om uit allebei die standaardafwijkingen één schatting te maken. Zoiets heet dan een “gewogen” schatter. Dit wordt aangeduid als , en de berekening gaat als volgt: Op deze manier kun je dus ook bij verschilscores overgaan op een -score. Bedenk goed dat er bij het berekenen van de - of -waarde niets verandert; we vullen in plaats van overal in. Het enige dat de formule iets ingewikkelder maakt is de manier waarop we de standaardafwijking moeten schatten.



