De verwachtingswaarde van is . Als tweede beschrijvende maat voor de kansverdeling moet je nu de variantie van berekenen.
Nee, ik denk dat u zich vergist in de volgorde van de bewerkingen. Je moet eerst van elke waarde van () de verwachtingswaarde 3 aftrekken, deze uitkomst moet gekwadrateerd worden, en daarna vermenigvuldigd met de kans op die waarde van . In formule: .
Inderdaad. De variantie van wordt berekend volgens en in dit geval is dat 1.5. We hebben dus nu de kansverdeling beschreven volgens en .
Nee, je hebt de variantie niet goed berekend. Je hebt de variantie waarschijnlijk berekend als , maar je dient hier niet door het aantal ‘waarnemingen’ te delen. In plaats daarvan moet je de gekwadrateerde elementen vermenigvuldigen met de kans op die waarde van . In formule: .
Nee, je hebt een fout gemaakt. Je moet inderdaad van elke waarde van () de verwachtingswaarde 3 aftrekken en deze uitkomst kwadrateren. Maar voordat je sommeert moet je deze waarden vermenigvuldigen met de kans op die waarde van . In formule: .