]> Variantie-analyse (42/150) · Dr.Stat

X d(=XX¯) d 2   X Xμ (Xμ) 2
8 2.5 6.25 8 3.5 12.25
3 -2.5 6.25 3 -1.5 2.25
3 -2.5 6.25 3 -1.5 2.25
9 3.5 12.25 9 4.5 20.25
5 -0.5 0.25 5 0.5 0.25
4 -1.5 2.25 4 -0.5 0.25
8 2.5 6.25 8 3.5 12.25
9 3.5 12.25 9 4.5 20.25
2 -3.5 12.25 2 -2.5 6.25
4 -1.5 2.25 4 -0.5 0.25
55 0 66.5 55 10 76.5
S 2 = 66.5 10 = 6.65 S 2 = 76.5 10 = 7.65

Nu is het steekproefgemiddelde precies het punt ten opzichte waarvan d 2 minimaal is. Worden de deviatiescores berekend ten opzichte van een willekeurig ander punt, dan zal d 2 groter zijn dan 66.5.

In de figuur zie je nu ook wat er gebeurt als we de variantie uitrekenen ten opzichte van het echte populatiegemiddelde (μ=4.5 ). De variantie berekend ten opzichte van het werkelijke populatiegemiddelde ligt beduidend hoger. Dit effect wordt groter naarmate het steekproefgemiddelde afwijkt van het populatiegemiddelde.