Waarbij:
tussenkwadratensom
aantal vrijheidsgraden voor tussenvariantie
binnenkwadratensom
aantal vrijheidsgraden voor binnenvariantie
tussenvariantie ()
binnenvariantie ()
aantal groepen (kolommen)
waarneming in groep (kolom)
aantal waarnemingen in groep (kolom)
totaal aantal waarnemingen
gemiddelde van groep (kolom)
algemeen gemiddelde
waarde van waarneming in groep (kolom)
Wat de formule compact samenvat kan als volgt worden verwoord:
- De -waarde is het quotiënt van de tussenvariantie en de binnenvariantie.
De tussenvariantie berekenen we door per groep de afstand (deviatie) tussen de waarde van het betreffende groepsgemiddelde en het algemeen gemiddelde te kwadrateren, deze gekwadrateerde afstand vervolgens te vermenigvuldigen met het aantal waarnemingen in de betreffende groep, deze (groeps)kwadratensommen op te tellen (sommeren tot de tussenkwadratensom) en deze ten slotte te delen door het aantal vrijheidsgraden (in dit geval het aantal groepen minus 1). De binnenvariantie berekenen we door voor elke waarneming in groep de afstand (deviatie) tussen de waarde van waarneming en het betreffende groepsgemiddelde te kwadrateren, al die gekwadrateerde afstanden op te tellen (te sommeren tot de binnenkwadratensom) en deze vervolgens te delen door het aantal vrijheidsgraden (in dit geval het totaal aantal waarnemingen minus het aantal groepen ).



