Tekentoets:
- verdelingsvrij
- toetsingsgrootheid : het aantal waarnemingen groter of kleiner dan
- Mogelijke situaties:
- één aselekte steekproef: aantal positieve of negatieve verschillen ten opzichte van de populatiemediaan .
- steekproef van paren van waarnemingen: aantal positieve of negatieve verschilscores ten opzichte van 0.
De tekentoets gebruikt men als:
- de populatie niet symmetrisch van vorm is
- de populatie niet normaal verdeeld is
- men uitbijters wil uitsluiten.
Bij de tekentoets wordt het aantal waarnemingen bepaald dat boven/onder de mediaan valt. Het kan daarbij gaan om één steekproef die met een norm () wordt vergeleken, of om verschilscores die met 0 (=0) worden vergeleken.
Als waar is dan geldt dat ongeveer de helft van de steekproefwaarnemingen kleiner is dan en de helft groter dan . Vanwege de kans op een waarneming onder of boven betreft de verdeling onder een binomiale kansverdeling met .



