Deze pagina bevat een afbeelding die niet weergegeven kan worden omdat er geen recente versie van de Flash Plugin aanwezig is. Installeer de Macromedia Flash Player om de afbeelding te kunnen bekijken.

Je hebt de formele notatie bij kansrekening geleerd:

  • U is de uitkomstenruimte.
  • A, B, C, etc., zijn gebeurtenissen.
  • A¯ is het complement van A.
  • staat voor ‘deelverzameling van’
  • staat voor doorsnede.
  • staat voor vereniging.

Er zijn drie axioma’s waarop kansrekenen is gebaseerd:

  1. P(U)=1
  2. 0 P(A)1
  3. P(AB)=P(A)+P(B), als AB=

In woorden betekenen deze axioma’s:

  1. De kans op de uitkomstenruimte is 1
  2. De kans op een willekeurige gebeurtenis is altijd een getal tussen 0 en 1.
  3. Bij disjuncte gebeurtenissen is de kans op de vereniging de som van de afzonderlijke kansen.