We gaan eerst eens kijken in hoeverre het steekproefgemiddelde X¯ representatief is voor het populatiegemiddelde μ(=4.5 ). (Wellicht herinner je je nog dat we het steekproefgemiddelde aanduiden met X¯ en de steekproefvariantie met S 2 ; μ en σ 2 zijn populatieparameters). Hiertoe laten we de computer een aantal keer een aselecte steekproef ter grootte tien uit de populatie van tienduizend trekken. Het gemiddelde van elke steekproef wordt uitgezet in een diagram.