H 1 :μ=100
H 2 :μ=107
σ 1 =σ 2 =15
n=25
α=.05
r=μ 1 +z 1 −α×σ 1 n

De rechter kritieke grens is dus r=104.95 . Deze waarde wordt niet afgerond omdat het hier een continue variabele betreft. Nu de rechter kritieke grens bekend is, kan het onderscheidingsvermogen 1 −β van de toets worden berekend. 1 −β is de kans dat het steekproefresultaat groter of gelijk is aan de rechter kritieke grens, maar dan in de tweede verdeling.

In de formule ziet het er als volgt uit 1 −β=P(X¯≥r∣μ 2 =107 ,σ X¯=σ 2 n)

Dit wordt weer omgezet naar de standaardnormaal verdeling en vervolgens wordt de formule verder uitgewerkt: 1 −β = P(Z≥r−μ 2 σ 2 /n) = P(Z≥104.95 −107 15 /25 ) = P(Z≥−.68 ) = P(Z≤.68 ) = .7517 Deze uiteindelijke uitkomst houdt in dat er ongeveer 75% kans is dat je je onderzoekshypothese kunt aantonen, als deze waar is.