H 1 :μ=100
H 2 :μ=107
σ 1 =σ 2 =15
n=25
α=.05
r=μ 1 +z 1 −α×σ 1 n

Voor de bepaling van de waarde van de rechtergrens kun je gebruik maken van de standaardnormale verdeling. In dit geval zet je de toetsingsgrootheid X¯ om naar Z (het gaat immers om een normaal verdeelde populatie met bekende σ). Let wel, het betreft hier een continue variabele, zodat je geen continuïteitscorrectie hoeft toe te passen. α = P(X¯≥r∣μ=μ 1 ,σ X¯=σ 1 n) = P(Z≥r−μ 1 σ 1 /n) = P(Z≥z 1 −α) Uit deze laatste relaties relatie volgt r−μ 1 σ 1 /n = z 1 −α r = μ 1 +z 1 −α×σ 1 n