In de wiskunde kan de geldigheid van één of andere stelling soms worden ontkracht door met een tegenvoorbeeld te komen. Stel dat ik beweer dat alle priemgetallen oneven zijn. (Een priemgetal is een getal dat uitsluitend deelbaar is door 1 en zichzelf).

Je ziet hier een aantal priemgetallen.

Welk van onderstaande getallen is een tegenvoorbeeld?