Deze pagina bevat een animatie die niet weergegeven kan worden omdat er geen recente versie van de Flash Plugin aanwezig is. Installeer de Macromedia Flash Player om de animatie te kunnen bekijken.

In het vorige voorbeeld zag je dat bij grotere steekproeven de gemiddelden in herhaalde steekproeven dichter bij elkaar liggen. We namen steeds 5 steekproeven. Je krijgt nu te zien wat er gebeurt als we meer en meer steekproeven nemen, met een gelijkblijvende grootte.

We willen weten hoe goed Nederlandse amateur volleyballers kunnen opslaan. We nemen steeds een steekproef van 10 volleyballers, laten ieder 50 keer opslaan, tellen het aantal keer dat de bal over het net komt en in is, en berekenen voor elk groepje van 10 het gemiddelde. Voor het gemak ronden we dat af.

Alle steekproefgemiddelden die we vinden, onthouden we weer door ze in een verdeling uit te zetten. Je kunt hier zien hoe die verdeling er uit komt te zien, als we alsmaar meer en meer steekproeven nemen. Zoals je zult zien liggen de meest voorkomende steekproefgemiddelden rond de 28. Ook lagere en hogere gemiddelden komen voor, maar minder vaak.